Samenvatting

Anders dan bij andere ziektebeelden is de diëtist bij patiënten met een (vermeende) voedselovergevoeligheid niet alleen betrokken bij de behandeling, maar ook bij de diagnostiek. Dit vraagt extra behandeltijd. De klachten- en voedingsanamnese zijn leidend bij het tot stand komen van de diëtistische diagnose. Allergologisch onderzoek door middel van huidpriktests en/of bloedonderzoek ondersteunt de diagnose. De diëtistische diagnose legt vast welke voedingsmiddelen verdacht zijn en of de voeding kwalitatief verbeterd moet worden. Hierna wordt een diagnostisch dieet opgesteld, dat bij goed resultaat gevolgd wordt door een voedselprovocatie of herintroductie van het geëlimineerde voedingsmiddel. Vervolgens kan het therapeutische eliminatiedieet worden opgesteld. Hierbij zijn een goede begeleiding en dieetadvisering van belang om te voorkomen dat patiënten onnodig voedingsmiddelen gaan elimineren, waardoor er deficiënties zouden kunnen ontstaan.

Ik wil verder lezen